top of page

Flikkering bij rood lichttherapie: wat merk je en welke waarden zijn goed?

  • Foto van schrijver: Michel Peters
    Michel Peters
  • 1 dag geleden
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 35 minuten geleden

“Low flicker.”


Dat staat regelmatig in de specificaties van rood lichttherapie panelen of LED-lampen.


Maar vaak ontbreekt een percentage, een concrete waarde of meetrapport.


“Geen Flikkering” is ongeveer hetzelfde als een autoverkoper die zegt dat een auto “veel pk” heeft.


Hoeveel dan?


Flikkering, ook wel flicker genoemd, betekent dat de lichtoutput niet volledig constant blijft, maar in de tijd sterker en zwakker wordt.


Dat is relevant, want flikkering wordt in onderzoek in verband gebracht met onder meer oogvermoeidheid, hoofdpijn, migraine en visueel ongemak.


Hoe sterk iemand daarop reageert, hangt onder andere af van de grootte van de modulatie, frequentie, golfvorm, helderheid en persoonlijke gevoeligheid.


Daarom wil je niet alleen lezen dat een lichtbron “low flicker” is.


Je wilt gewoon de waarden zien.


Maar welke waarden moeten we dan precies op letten?


Kort antwoord


Om flikkering praktisch te beoordelen kijk je vooral naar drie waarden:


  1. Modulation depth of flickerpercentage: hoeveel varieert het licht?

  2. De frequentie: hoe vaak gebeurt dat per seconde?

  3. En de Flicker Index: hoe is de variatie over de lichtgolf verdeeld?


En als er een golfvorm beschikbaar is, zie je ook daadwerkelijk hoe de lichtoutput zich in de tijd gedraagt.



Wat is flikkering?


Lichtflikkering, ook wel flicker genoemd, is de snelle en herhaalde verandering in de lichtsterkte van een lamp. 


De lichtoutput wordt daarbij steeds iets sterker en zwakker. Soms zie je dat als knipperend licht, maar de veranderingen kunnen ook zo snel plaatsvinden dat je ze niet bewust waarneemt.


De technische verzamelnaam hiervoor is temporal light modulation (TLM): verandering van lichtoutput over de tijd.


Kort antwoord: een lamp kan dus flikkeren zonder dat je het met het blote oog als knipperen ziet. Daarom zijn metingen belangrijk om te bepalen hoe stabiel de lichtoutput werkelijk is.


Wat kun je merken van ongunstige flikkering?


Ongunstige lichtflikkering kan leiden tot visueel ongemak, vermoeide ogen, moeite met focussen, hoofdpijn en bij gevoelige mensen migraineklachten uitlokken of verergeren. 


Mogelijke effecten zijn:


  • vermoeide of gespannen ogen;

  • moeite met focussen;

  • visueel ongemak;

  • hoofdpijn;

  • het uitlokken of verergeren van migraine;

  • vermoeidheid;

  • een storende waarneming van bewegende voorwerpen.


De gevoeligheid verschilt sterk per persoon. Waar de ene persoon uren onder een bepaalde lamp zit zonder klachten, kan iemand anders veel sneller last krijgen van zijn ogen of hoofd.


Vooral mensen die gevoelig zijn voor migraine of visuele belasting lijken sterker op bepaalde vormen van temporal light modulation (TLM) te kunnen reageren.


Kan flikkering hoofdpijn en oogvermoeidheid veroorzaken?


Ja. Een klassiek dubbelblind onderzoek uit 1989 laat zien dat verlichting met sterke flikkering samen kan gaan met aanzienlijk meer hoofdpijn en oogvermoeidheid. (1)


Onderzoekers volgden kantoorwerkers onder verschillende soorten fluorescentieverlichting. De deelnemers wisten niet wanneer de verlichting in hun kantoor werd aangepast.


Bij de ene verlichting schommelde de lichtoutput behoorlijk. Bij de andere werd het licht technisch zo aangestuurd dat deze schommelingen veel kleiner en sneller werden.


Het resultaat was opvallend.


Onder de stabielere, hoogfrequente verlichting werd de gemiddelde incidentie van hoofdpijn en oogvermoeidheid meer dan gehalveerd.


De werknemers lieten deze verlichting bovendien gemiddeld 30% langer ingeschakeld.

De lampen leken voor het oog gewoon te branden, maar een stabielere lichtoutput ging samen met duidelijk minder klachten.


Waarom flikkert LED-verlichting?


Bij veel goedkope LED-verlichting komen dezelfde kwaliteitsproblemen terug: veel flikkering, matige elektronica, een minder uitgebalanceerd spectrum en soms hogere EMF-waarden.


Maar dat hoeft niet: de uiteindelijke kwaliteit wordt vooral bepaald door hoe de lamp is ontworpen.


De driver bepaalt hoe stabiel een LED brandt


De stroom uit het stopcontact kan niet rechtstreeks naar de LED. Een voeding en driver moeten deze eerst omzetten en regelen.


Zie de driver als de stroomregelaar van de lamp:

Hoe stabieler de stroom, hoe stabieler de lichtoutput.

Met een goede driver kan LED-verlichting een zeer lage flikkering hebben. Bij goedkope of slecht ontworpen elektronica kan de lichtoutput juist sterk variëren en in extreme gevallen bijna volledig van aan naar uit bewegen.


Dat verklaart ook waarom twee LED-lampen die er aan de buitenkant vrijwel hetzelfde uitzien, technisch totaal verschillend kunnen presteren.



Waarom de ouderwetse gloeilamp zo prettig licht geeft


Een klassieke gloeilamp maakt licht op een heel eenvoudige manier: een metalen gloeidraad wordt zo heet dat hij gaat gloeien.


Dat levert een breed en vloeiend lichtspectrum op, zonder de afzonderlijke blauwe piek die je bij veel witte LED-lampen ziet. Het warme licht wordt daardoor vaak als natuurlijk en rustig ervaren.


Die hete gloeidraad heeft nog een voordeel. Wanneer de spanning kort verandert, koelt hij niet direct af. Hij blijft even doorgloeien en werkt daarmee als een natuurlijke buffer met minimale flikkering.


De gloeilamp heeft dus mooie eigenschappen voor de lichtkwaliteit, maar ook duidelijke nadelen:


  • hij verbruikt veel energie;

  • produceert veel warmte;

  • gaat relatief kort mee;

  • en biedt vrijwel geen mogelijkheden om kleurtemperatuur of lichtspectrum aan te passen.


Juist dat laatste maakt LED-technologie interessant: met LED kun je veel meer sturen en optimaliseren, maar alleen als de elektronica en het spectrum goed zijn ontworpen.


LED is dus niet automatisch goed of slecht


Lichtbron

Kenmerk

Daglicht

Breed natuurlijk spectrum, zonder elektronische LED-driver

Gloeilamp

Breed, vloeiend spectrum en zachte lichtvariatie door thermische traagheid

Klassieke TL

Kan duidelijke modulatie rond 100/120 Hz hebben

LED met matige elektronica

Kan sterk flikkeren en een minder uitgebalanceerd spectrum hebben

LED met goede elektronica

Kan zeer stabiel branden en het spectrum gericht samenstellen


LED zelf bepaalt dus niet automatisch de flickerkwaliteit; de combinatie van LED, driver en regeling doet dat.


Kortom:

Niet aannemen dat LED goed of slecht is. Maar meten (is weten).

Welke meetwaarden zeggen wel iets over flikkering?


We hebben ze aan het begin van deze blog al kort genoemd. Nu gaan we iets dieper, zodat je straks zelf een flickermeting kunt lezen.


Vooral drie meetwaarden zijn praktisch:

Meetwaarde

Denk aan

Wat vertelt het?

  1. Modulation depth / flickerpercentage

Hoogte van de hobbel

Hoe sterk varieert het licht?

  1. Frequentie

Aantal hobbels per seconde

Hoe vaak gebeurt dat?

  1. Flicker Index

Vorm en verdeling van de hobbel

Hoe is de variatie over een cyclus verdeeld?



1. Modulation depth of flickerpercentage: hoe groot is de hobbel?


De modulation depth vertelt hoe groot het verschil is tussen de hoogste en laagste lichtoutput.


Deze waarde wordt ook percent modulation of flickerpercentage genoemd en wordt uitgedrukt in procenten.


Simpel gezegd:

Hoe hoger het percentage, hoe groter de schommeling in lichtsterkte.

Bij theoretisch volledig constant licht is de modulation depth 0%.


Gaat een lamp tijdens iedere cyclus helemaal van maximaal licht naar volledig uit, dan kan de modulation depth oplopen tot 100%.


Daarom is bijvoorbeeld 1% iets heel anders dan 40%: bij 40% zijn de hobbels in de lichtoutput simpelweg veel groter.



2. Flickerfrequentie: hoe vaak komen de hobbels?


De frequentie vertelt hoe vaak de lichtvariatie zich per seconde herhaalt. Deze waarde wordt uitgedrukt in hertz (Hz).


Zo betekent:

  • 10 Hz = 10 keer per seconde;

  • 100 Hz = 100 keer per seconde;

  • 1 kHz = 1.000 keer per seconde;

  • 40 kHz = 40.000 keer per seconde.


Denk opnieuw aan onze weg.


Bij een lage frequentie kom je enkele duidelijke hobbels tegen. Bij een veel hogere frequentie volgen heel veel kleine bewegingen elkaar razendsnel op, waardoor ze voor onze waarneming veel soepeler kunnen samensmelten.


Daarom is een hogere frequentie doorgaans gunstiger voor het verminderen van direct zichtbare flikkering.


Maar frequentie vertelt niet hoe groot de hobbels zijn.

Een hoge frequentie betekent dus niet automatisch dat een lamp weinig flikkert.

Een lamp kan duizenden keren per seconde schakelen en tegelijkertijd een grote modulation depth hebben. Daarom wil je frequentie en flickerpercentage altijd samen bekijken.



3. Flicker Index: hoe is de hobbel gevormd?


Twee lichtbronnen kunnen dezelfde modulation depth hebben en toch een heel verschillend verloop van de lichtoutput laten zien.


De ene golf kan rustig en geleidelijk stijgen en dalen. De andere kan veel abrupter schakelen.

De Flicker Index geeft extra informatie over hoe de lichtoutput gedurende één cyclus is verdeeld. Daarbij wordt dus niet alleen naar het hoogste en laagste punt gekeken.

Denk opnieuw aan twee verkeersdrempels:


de ene is breed en loopt geleidelijk omhoog en omlaag, terwijl de andere kort en scherp is. De maximale hoogte kan hetzelfde zijn, maar de vorm is duidelijk anders.


De Flicker Index loopt doorgaans van 0 tot 1. In onze meetrapporten wordt hij als decimale waarde weergegeven, bijvoorbeeld 0,0026.



Hoe beoordeel je een flickermeting?


Er bestaat niet één getal dat bepaalt of flikkering goed of slecht is.


Vooral de combinatie van hoe sterk het licht varieert (flickerpercentage) en hoe vaak die variatie per seconde plaatsvindt (frequentie) is belangrijk.


De Flicker Index geeft aanvullende informatie over hoe die variatie over een lichtcyclus is verdeeld.


Praktische VIVO-leeswijzer

Flickerpercentage / modulation depth

Praktische duiding

0–1%

Zeer lage modulatie

1–5%

Lage modulatie

5–20%

Duidelijke modulatie

>20%

Hoge modulatie

Richting 100%

Zeer sterke modulatie / bijna volledig aan-uit

Hoe kleiner het flickerpercentage, hoe minder de lichtsterkte op en neer beweegt.

Maar ook de frequentie telt mee. Denk opnieuw aan onze weg:

Duizenden piepkleine hobbeltjes zijn heel wat anders dan honderd flinke verkeersdrempels.

Een laag flickerpercentage in combinatie met een hoge frequentie (uitgedrukt in Hz) geeft daarom een rustiger en gezonder lichtbeeld, met minder kans op ongewenste effecten van flikkering.


Daarom kijken we bij een flickermeting liever naar de combinatie van beide.


Een voorbeeld: de VIVO Candle Bulb


Laten we een echte flickermeting erbij pakken: die van de VIVO Candle Bulb.


Zo'n meting kun je in principe bij iedere LED-lichtbron uitvoeren: van een slaapkamerlamp en LED-masker tot een rood lichttherapie paneel.

VIVO Candle Bulb flickerrapport met 0,89% modulation depth, Flicker Index 0,0026 en frequentie van 41,27 kHz
Flickermeting van de VIVO Candle Bulb: 0,89% modulation depth, Flicker Index 0,0026 en een frequentie van 41,27 kHz. De meter plaatst deze combinatie in het groene referentiegebied.

We meten:


  • flickerpercentage (modulation depth): 0,89%

  • frequentie: 41.270 Hz (41,27 kHz)

  • Flicker Index: 0,0026


Wat betekenen deze waarden?


0,89% flickerpercentage

De lichtsterkte varieert maar heel weinig. Met minder dan 1% valt deze meting in onze categorie zeer lage modulatie.


41,27 kHz frequentie

Die kleine variatie herhaalt zich bovendien ruim 41.000 keer per seconde. We hebben eerder gezien dat juist de combinatie van een laag flickerpercentage en een hoge frequentie gunstig is.


Flicker Index 0,0026

Ook deze waarde ligt zeer dicht bij 0 en past bij een zeer stabiele lichtoutput.


De meter plaatst deze combinatie dan ook in het groene referentiegebied.

In gewone taal:

De lichtsterkte varieert nauwelijks en de kleine variatie die overblijft gebeurt extreem snel.

Dat is veel informatiever dan alleen “low flicker” op een verpakking zetten.


Wat is het verschil tussen flicker en pulsing?


Flicker en pulsing lijken technisch op elkaar: in beide gevallen verandert de lichtoutput in de tijd.


Het verschil zit vooral in de bedoeling.


Bij flicker gebeurt dat onbedoeld, bijvoorbeeld door de voeding of driver.

In een continue lichtstand wil je deze schommelingen daarom zo klein mogelijk houden.


Bij pulsing wordt het licht juist bewust in een bepaald ritme aan- en uitgezet.


Waarom gebruiken fabrikanten pulsing bij rood lichttherapie panelen?


Pulsing wordt regelmatig gepresenteerd als een extra therapeutische functie. Maar voor de claim dat pulserend rood licht structureel beter werkt dan continu licht, zien we nog geen overtuigend bewijs.


Onderzoeken naar pulserend en continu licht laten wisselende resultaten zien en gebruiken bovendien verschillende frequenties, doseringen en protocollen.


Pulsing is dus niet automatisch een therapeutisch voordeel.


Toch is het een aantrekkelijke producteigenschap om mee te adverteren. Net als kracht termen zoals:


klinkt het logisch en verkoopt het gemakkelijk, terwijl de wetenschap die claims niet kan bevestigen.


Waarom gebruikt VIVO geen pulsing in grote panelen?


Een rood lichttherapie paneel gebruik je op afstand en kan een groot deel van je gezichtsveld vullen. Zichtbaar rood licht dat bewust sterk aan en uit pulseert, kan dan behoorlijk onprettig zijn, zeker voor mensen die gevoelig zijn voor knipperend licht.


Omdat we geen duidelijke therapeutische meerwaarde zien, kiezen we bij onze panelen bewust voor een zo stabiel mogelijke, continue lichtoutput.


Dat is juist een eigenschap waar we veel waarde aan hechten. Daarom publiceren we ook de gemeten flickerpercentages, frequenties en Flicker Index van onze apparaten op onze pagina met certificaten en meetwaarden.


Bij de VIVO Red Light Cap en Torch bieden we pulsing wel als optionele modus. Dat is een andere toepassing: de Cap zit op het hoofd en de Torch wordt tegen een klein lichaamsgebied gebruikt. Er staat dus geen groot pulserend paneel voor je gezicht.


Daar heeft pulsing bovendien een praktisch doel: tijdens de puls kan een hoge piekintensiteit worden gebruikt, terwijl de gemiddelde warmteontwikkeling lager blijft doordat het licht tussendoor wordt onderbroken.


Kortom:

Pulsing kan technisch nuttig zijn om piekintensiteit en warmteontwikkeling te sturen, maar is op zichzelf geen bewijs dat een rood lichttherapieapparaat therapeutisch beter werkt.

Veelgestelde vragen over flikkering


Wat is flikkering bij verlichting?


Flikkering is de snelle, herhaalde verandering in de lichtsterkte van een lamp. Soms zie je dat duidelijk als knipperend licht, maar vaak gebeurt het zo snel dat je het niet bewust waarneemt. De technische term hiervoor is temporal light modulation (TLM).


Kun je flikkering altijd met het blote oog zien?


Nee. Een lamp kan er heel rustig uitzien, terwijl de lichtoutput toch meetbaar op en neer gaat.

Wil je zelf een snelle check doen? Film de lamp dan eens met je telefoon in slow motion. Sterke flikkering zie je dan soms ineens terug als knipperingen of donkere strepen in beeld.

Maar een telefoon ziet niet alles. Vooral kleine of zeer snelle variaties kunnen buiten beeld blijven.


Wat is een goed flickerpercentage?


Hoe lager het flickerpercentage, hoe kleiner de schommelingen in lichtsterkte. Bij VIVO beschouwen we 0–1% als zeer lage modulatie en 1–5% als laag. Het percentage moet wel samen met de frequentie worden bekeken: kleine, zeer snelle schommelingen zijn iets heel anders dan grote, langzame schommelingen.


Is een hoge flickerfrequentie beter?


Over het algemeen is een hoge frequentie gunstiger, omdat de veranderingen dan veel sneller plaatsvinden. Maar een hoge frequentie alleen zegt niet genoeg. Een lamp kan nog steeds grote verschillen tussen licht en donker hebben. Daarom kijk je altijd naar frequentie én flickerpercentage samen.


Is LED-verlichting altijd slecht als het om flikkering gaat?


Veel LED-verlichting is inderdaad slecht als het om flikkering gaat.

Bij doorsnee LED-lampen draait het vaak om zo veel mogelijk licht voor een lage prijs en een laag energieverbruik. De kwaliteit van de driver en elektronica krijgt dan minder aandacht, terwijl juist daar sterke flikkering kan ontstaan.


Maar hier zit een belangrijk verschil: LED hoeft helemaal niet slecht te zijn.

Een LED reageert simpelweg heel snel op de stroom die hij krijgt. Met goedkope elektronica zie je die instabiliteit terug in het licht. Met een goede driver kan diezelfde LED juist zeer stabiel licht produceren, met een laag flickerpercentage en hoge frequentie.

Veel LED-verlichting is dus matig uitgevoerd. Maar dat is een kwaliteitsprobleem, geen onvermijdelijke eigenschap van LED-technologie.

Is pulsing hetzelfde als flicker?


Technisch verandert bij beide de lichtoutput in de tijd, maar de bedoeling verschilt. Flicker is ongewenste variatie, bijvoorbeeld vanuit de driver. Pulsing wordt bewust geprogrammeerd. Pulsing wordt bij rood lichttherapie soms als therapeutisch voordeel gepresenteerd, maar er is geen overtuigend bewijs dat pulserend licht structureel beter werkt dan continu licht.


Betekent “flicker-free” dat een lamp helemaal niet flikkert?


Nee. “Flicker-free” is zonder meetwaarden vooral een marketingterm en voor ons eerder een red flag dan een kwaliteitsbewijs.


Als een fabrikant flikkering daadwerkelijk heeft gemeten, moet hij ook kunnen aangeven welk flickerpercentage, welke frequentie en welke Flicker Index zijn gemeten.


Staan die cijfers nergens vermeld? Dan zouden wij het product niet zomaar op het woord flicker-free vertrouwen. Vraag de fabrikant om de echte meetwaarden of kies voor een product waarbij deze transparant worden gepubliceerd.


Conclusie: meten is weten


Bij flikkering zeggen termen als “low flicker” en “flicker-free” op zichzelf weinig. Pas met echte meetwaarden weet je hoe stabiel een lichtbron daadwerkelijk is.


Hetzelfde geldt voor claims als “geen EMF” of “zero EMF”. Ook daar draait het uiteindelijk om de gemeten waarde én de afstand waarop is gemeten. Lees hier meer over EMF bij rood lichttherapie.


Kijk daarom vooral naar het flickerpercentage, de frequentie en de Flicker Index.

Een goed ontworpen LED-lamp kan zeer stabiel licht produceren. Uiteindelijk bepaalt niet het label op de verpakking, maar de techniek achter het product de kwaliteit.


Bekijk onze certificaten en meetwaarden voor de technische metingen van onze rood lichttherapie apparaten.

pastel-tone-purple-pink-blue-gradient-de

Bedankt voor je aanmelding!

Download gratis ons e-book en ontdek hoe Rood Licht jouw energie, huid en slaap verbetert

Gebaseerd op de nieuwste inzichten, 6+ jaar ervaring en tientallen wetenschappelijke studies.

e-book rood licht therapie
bottom of page